Seksueel geweld tijdens de genocide

Seksueel geweld tijdens de genocide

In 1996 schatte de Verenigde Naties dat 250.000 tot 500.000 vrouwen en meisjes verkracht waren en/of andere vormen van seksueel geweld tijdens de genocide van 1994 in Rwanda ondergaan hadden. Het seksuele geweld kende verschillende vormen zoals groepsverkrachtingen, verkrachtingen met objecten, seksuele slavernij, gedwongen huwelijken en seksuele verminkingen. Vrouwen werden vaak meerdere malen verkracht over een langere periode. Zwangere vrouwen noch jonge meisjes werden ontzien. De Organisatie van Afrikaanse Eenheid meldde in 2000 dat “bijna alle vrouwen die de genocide overleefd hadden directe slachtoffers van verkrachting of andere vormen van seksueel geweld waren, of dat ze er in grote mate door geraakt waren”. De slachtoffers waren voornamelijk Tutsivrouwen, maar gematigde Hutuvrouwen werden soms ook het slachtoffer. Van grote invloed was de anti-Tutsi propaganda die reeds voor de genocide van 1994 verspreid werd en die de Hutubevolking waarschuwde op te passen voor de Tutsibevolking. De daders van het seksuele geweld waren met name leden van de Hutumilities, de Interahamwe, maar verkrachtingen werden ook door soldaten van het Rwandese leger (FAR) gepleegd, inclusief de garde van de President en door burgers. Seksueel geweld vond in het hele land plaats en meestal in het openbaar.

Het seksuele geweld dat tijdens de genocide in Rwanda plaatsvond, kenmerkt zich, vergeleken met andere conflicten, door het georganiseerde karakter van de propaganda, wat in belangrijke mate bijdroeg aan het seksuele geweld tegen Tutsivrouwen; verder het erg openbare karakter van de verkrachtingen en tenslotte de hoge mate van barbaarsheid gericht tegen vrouwen. Volgens de organisatie “Survivors Fund”, hebben naar schatting slechts 25.000 vrouwen en meisjes die verkracht zijn de genocide overleefd.